Een reis naar Mars: moeten we dat wel willen?

Moeten we een reis naar Mars wel willen ondernemen? Michiel Min (SRON) vindt van wel: “Het ligt in de menselijke natuur om alles verder te willen ontdekken”

Moeten we eigenlijk wel een bemande missie naar Mars willen? Interessante vraag, maar eigenlijk niet eens zo relevant. We gaan het sowieso doen. De mensheid is als een opgroeiend kind. Als aan de eerste levensbehoeften grotendeels is voldaan gaat het kind leren kruipen (de directe omgeving onderzoeken), lopen (ontdekkingsreizen maken) en fietsen (op de maan landen). Het is slechts een kwestie van tijd voordat we leren autorijden en uiteindelijk ontdekken dat we een vliegtuig kunnen bouwen om de hele wereld te ontdekken. En dat leren we omdat we een drang hebben om ons Universum – per slot van rekening onze wijde leefomgeving – verder te ontdekken. Dat ligt in de menselijke natuur. Het bewustzijn om jezelf te kunnen zien als onderdeel van het grotere geheel, je plek te kunnen bepalen in de community, de plek van Nederland in de wereld, de plek van de mensheid in het Universum. Dat is een van de dingen die ons onderscheidt van andere organismen. Ik geloof niet dat een ander wezen op aarde, hoe intelligent ook, naar boven kijkt en zich afvraagt of daar rondom die lichtpuntjes wezens zoals hijzelf wonen.

Het grote voordeel van een mens ter plaatse is dat die meteen op zoek kan gaan naar antwoorden op nieuwe wetenschappelijke vragen.

Maar goed, vind ik ook dat we mensen naar Mars moeten sturen? Jazeker. In de eerste plaats zijn er natuurlijk de reuze interessante wetenschappelijke vragen die we daar zouden kunnen beantwoorden. Vragen die ons helpen om de vorming van ons zonnestelsel te begrijpen, de oorsprong van de planeten en wellicht de oorsprong van het leven. En uit die antwoorden zullen nieuwe vragen volgen. Het grote voordeel van een mens ter plaatse is dat die meteen op zoek kan gaan naar antwoorden op die nieuwe vragen. Om nog maar te zwijgen van de fascinerende sociaal-wetenschappelijke implicaties van dit experiment (waarover mijn collega’s in de ethiek vast van alles zullen vinden…).

Michel Min
Michiel Min

In de tweede plaats, en misschien wel minstens zo belangrijk, is er de maatschappelijke impact. Nog steeds wordt de maanlanding als een van de grootste prestaties van de mensheid gezien. Legio oudere wetenschappers van nu noemen die historische dag als grote inspiratiebron voor hun wetenschappelijke carrière. We moeten als mensheid en als wetenschap altijd de uitdaging blijven opzoeken. Om scherp te blijven, om oplossingen te blijven zoeken, om geïnspireerd te blijven, om ontdekkingen te doen die we niet hadden kunnen voorspellen. Zoals ieder mens zijn hersenen scherp moet houden door uitdagingen te zoeken, zo moet de mensheid zijn brainpower geïnspireerd, uitgedaagd en flexibel houden om de problemen van onze wereld vol energie tegemoet te kunnen treden. Dit doen we door altijd de grootste uitdaging op te zoeken.

In mijn werk doe ik dit zelf door me sterk te maken voor een ambitieuze ruimtetelescoop die op zoek kan naar leven op planeten rondom andere sterren. En ook dat moeten we willen. Uiteindelijk zijn vrijwel alle historische gebeurtenissen die de mensheid zo uniek maken begonnen met grootse ambitie. Een bemande missie naar Mars voldoet aan al die eisen en is, zoals ik in het begin al opmerkte, uiteindelijk toch onvermijdelijk.

Michiel Min is hoofd van het exoplaneetprogramma bij het Nederlands instituut voor ruimte-onderzoek (SRON).